opinion

Transitieperspectief op de Next Economy

DRIFT – Januari 2016

In this opinion piece Derk Loorbach offers a critical transition perspective on the Next Economy and it’s potential for the metropole region of Rotterdam and the Hague. He argues that in order for it to be more than a trendy concept, we need to develop a good definition and understanding, which in turn needs to inform concrete and sometimes painful choices that local Governments need to make.

 

Read more (In Dutch)

 

De komst van Jeremy Rifkin moet in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag een flinke impuls geven aan het debat over de toekomst van de regionale economie. Het is verleidelijk sceptisch aan te kijken tegen het invliegen van een Amerikaanse goeroe en het zoveelste bestuurlijke concept van in dit geval de ‘Next Economy’. Maar als we iets beter kijken naar de dynamiek die de afgelopen jaren in de regio aan het ontstaan is dan lijkt er de komende jaren een serieuze kans om onze regionale economische ontwikkeling op een fundamenteel ander spoor te zetten en een andere, duurzame, toekomst nabij te halen. Dat vraagt echter wel een scherpe definitie van de Next Economy, vertaald in concrete en soms pijnlijke keuzes en een goede aansluiting bij de kiemen van de Next Economy die de afgelopen jaren zijn gezaaid.

 

Wat is de Next Economy?

Tot nu toe lijkt het vooral een hippe term die verwijst naar allerhande macrotrends en ontwikkelingen die zich aandienen: robotisering, digitalisering, flexibilisering, globalisering en disruptieve technologische innovaties. Wat ons betreft is het zinvoller te kijken naar de toekomst van onze economie vanuit de mogelijke bedreigingen voor onze huidige economie en de mogelijke toekomsten. De economie in onze regio is in hoge mate fossiel, gericht op kwantitatieve groei en sterk geïnstitutionaliseerd. De kwetsbaarheid is systemisch van aard: energietransities en geopolitieke spanningen bedreigen de toekomst van de haven; klimaatverandering heeft nu al merkbare negatieve impact op de stedelijke omgeving; er staan grote groepen mensen buiten het arbeidsproces en de samenleving. Bestuurlijk is de metropoolregio een complex stelsel aan bestuurslagen, processen, organisaties en procedures waardoor daadkrachtig optreden lastig is.

 

Als we het hebben over de Next Economy moet die ten eerste een duurzame economie zijn: een die binnen ecologische grenzen opereert en volhoudbaar is. Dat betekent duurzame energie, circulaire economie en climate resilience. Daarnaast moet het een economie zijn die inclusief is, sociale waarde creëert en solidariteit en ondernemerschap stimuleert. Tenslotte moet het een innovatieve economie zijn die flexibel is, (sociale) innovatie en samenredzaamheid beloont en waarin de nieuwe mogelijkheden van de netwerksamenleving ten volle worden benut. Deze principes zouden het vertrekpunt moeten zijn voor de zoektocht naar de Next Economy: hoe komen we van de huidige situatie naar die duurzame, inclusieve en innovatieve economie?

 

De transitie naar de Next Economy

Transities zijn schoksgewijze verandering, juist ook omdat ingesleten patronen moeilijk te verlaten zijn en gevestigde belangen zich vaak lang verzetten tegen fundamentele verandering. Alhoewel het voor iedereen inmiddels duidelijk is dat er op de langere termijn onvermijdelijk structurele veranderingen zullen (moeten) plaatsvinden, is het op de korte termijn vaak lastig de juiste stappen en keuzes te maken. Zo worstelt de haven met het inzetten op duurzaam versus het binnenhalen van nieuwe investeringen in het fossiele complex; willen gemeenten graag hun woningbestand verduurzamen maar dragen tegelijk bij aan leegstand van kantoren; ontwikkelen bedrijven duurzaamheidsbeleid maar proberen tegelijk zoveel mogelijk rendement en omzet te genereren. Allemaal begrijpelijke dilemma’s, maar in de praktijk blijkt dat daardoor de gewenste en gehoopte vernieuwingen vaak blijven hangen in mooie doelen. Denk aan de ambities rond duurzame energie, CO2 reductie, en het verbeteren van de sociale kwaliteit.

 

Mooie doelen en programma’s zijn dus niet genoeg: inzetten op transities betekent scherpe visie vertalen in concrete transitiepaden: kwantitatieve stappen op weg naar die gewenste toekomst. En hieraan vervolgens concrete acties, middelen en mandaat koppelen. Maar het betekent ook die zaken niet meer doen of toelaten die het oude in stand houden of zelfs versterken. Kiezen voor circulair betekent niet meer investeren in grootschalige afvalverbranding, kiezen voor duurzaam en biobased  betekent niet meer investeren in fossiele infrastructuur, kiezen voor inclusief betekent niet meer investeren in organisaties, instellingen en aanpakken die sociale afhankelijkheid en kwetsbaarheid in stand houden.

 

Kiemen van de Next Economy

Er zijn op ecologisch, economisch en sociaal gebied de nodige ontwikkelingen die we kunnen zien als kiemen voor de gewenste transitie en op basis waarvan de geschetste visie en keuzes kunnen worden aangescherpt. We denken hier bijvoorbeeld aan allerlei vormen van nieuw ondernemerschap in de maakindustrie, de circulaire economie, de nieuwe vormen van werken, en sociale economie. Gekoppeld aan de ontwikkeling van alternatieve lokale munten, deelplatforms en de deeleconomie bieden ze zicht op een nieuw economische systeem waarin waarde boven winst staat, maar goed ondernemerschap de basis is. Waarin economie ten dienst staat van sociale innovatie, groei en verbinding en externe (milieu)kosten zoveel mogelijk zijn geïnternaliseerd.

 

Op ecologisch gebied is er onder de noemer resilient cities inmiddels een enorme kennisbasis maar ook een grote hoeveelheid innovaties ontstaan. Maar ook kleinschaliger als we denken aan de stadlandbouw, groene daken en gemeenschapstuinen lijkt er een flinke hoeveelheid initiatieven gaande die leiden tot vergroening en toenemende veerkracht van de stad. Daarnaast is er concreet zicht op grote slagen met betrekking tot het energieneutraal maken van de gebouwde omgeving, een duurzame mobiliteit, verduurzaming van het energiesysteem inclusief warmte en het sterk reduceren van afvalstromen. De initiatieven rond een circulaire economie zoals Bluecity010 en het Circularity Centre nemen de afgelopen jaren toe en lijken klaar voor een schaalsprong.

 

Sociaal gezien zijn er de afgelopen jaren ook tal van bewegingen gaande. Zo zijn nieuwe vormen van participatieve gebiedsontwikkeling, nieuwe modellen voor wijkontwikkeling zoals Veerkracht Carnisse, en experimenten met de lokale democratie gekoppeld aan decentralisatie van zorg en welzijn en een actieve zoektocht van lokale overheden naar nieuwe rollen en werkwijzen. Vanuit onderwijsinstellingen experimenteert men met nieuwe opleidingsvormen, leercampussen en samenwerkingen met bedrijfsleven. En tenslotte zijn er allerlei vormen van coöperatieve initiatieven van burgers op gebieden als energie, zorg en beheer van wijkgebouwen.

 

Op naar de Next Economy

DRIFT heeft de afgelopen tien jaar op allerlei manieren ingezet op het creëren van ruimte voor sociale innovatie, aanscherpen van visie op fundamentele veranderingen en het stimuleren van sociaal ondernemerschap. Daarbij vertrekken wij steeds weer vanuit zowel de urgentie en noodzaak tot een fundamentele economische transitie als vanuit de beloftevolle initiatieven en ontwikkelingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ons onderzoek naar sociale innovatie, regionale duurzaamheidstransities  reflectie op maatschappelijk initiatief en haar omvang in Nederland. Onze aanpak voor stedelijke transities. Of onze bijdragen aan nieuwe vormen van stadontwikkeling als de Stadshavens, Luchtsingel of de Agniesebuurt.

 

De afgelopen periode zien we een duidelijke verschuiving: steeds duidelijker wordt dat het huidige model vastloopt en de alternatieven levensvatbaar en beloftevol zijn. De bereidheid tot verandering neemt toe, getuige ook de grotere inzet op de Next Economy. Hoopvol als we zijn, kan dit de voorbode zijn voor een aantal flinke doorbraken de komende jaren. Alle elementen voor versnelling en transitie lijken aanwezig: urgentie, richtinggevende principes, tastbare alternatieven en ontwikkelde netwerken van veranderaars. Maar tegelijk impliceren die doorbraken ook, zoals aangegeven het echt afscheid nemen van tot nu toe dominante nadruk op bijvoorbeeld economische groei, institutionele belangen en posities, sectoraal beleid en een nadruk op bureaucratische inzet op het implementeren van bekende oplossingen. Het vereist omarming van een revolutionaire toekomstvisie op de next economy en daarbij een proactieve en pragmatische inzet op het stimuleren, aanjagen en vermeerderen van genoemde initiatieven. Dan moet er met andere woorden dus wel meer gebeuren dan alleen een bestuurlijk feestje rond een buitenlandse goeroe: het mobiliseren van bestuurlijke en politieke doorzettingsmacht om echte veranderingen door te zetten.

 

Derk Loorbach is professor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van DRIFT

 


Date
January 15, 2016