opinion

Tijd voor klimaatbeleid

Nu onze CO2-uitstoot weer stijgt, zullen we toch echt de discussie aan moeten over klimaatbeleid. Tot nu toe is klimaat- en duurzaamheidsbeleid vooral gericht op nieuwe projecten en initiatieven en experimenteren we er lustig op los. Dat heeft zoals we nu merken nauwelijks meer effect dan dat we de effecten van een onduurzame economie iets verzachten. Maar al dat experimenteren heeft er wel toe geleid dat we een hele hoop alternatieven inmiddels kennen, de oplossingsrichtingen in beeld hebben en vooral ook weten waar we van af moeten.

Hoe ziet een beleid er uit dat de reductie van broeikasgassen als uitgangspunt heeft? Allereerst: verlaat het het dogma van ‘groene groei’ en stap af van het neoliberale idee van het ‘verleiden’ van burgers en bedrijven. Transitieonderzoek laat zien hoe ingesleten patronen (gedragsverandering), ontwikkelde structuren (investeringen, belangen) en gevestigde opvattingen (waarden, dogmas) zich hardnekkig verzetten tegen fundamentele verandering. Tegelijk is inmiddels de urgentie zowel wetenschappelijk als praktisch overduidelijk en weten we, zoals gezegd, welke kant we op moeten gaan: richting een economie binnen ecologische grenzen met voldoende sociale basis voor een gelukkig en gezond leven voor iedereen (tegenwoordig onder de populaire term ‘Doughnut Economics‘ gevat).

Dan het beleid. Vanuit transitieperspectief is het onvermijdelijk dat het doorbreken van huidige regimes schoksgewijs gaat en dat de overgang naar nieuwe dynamische evenwichten disruptief en onstuurbaar is – maar ook dat er richting en snelheid te geven is. Zoals ik in mijn oratie aangaf gaat het dus om de vraag hoe we die transities doormaken en aan de andere kant uitkomen in de ‘donut’ (ik had het over ‘sustability’ ofwel sustainable stabilities). Dat vraagt een combinatie van:

  • het versnellen van de oplossingsrichtingen die we al kennen. Dat doen we al maar kan veel harder en dwingender. Duurzame energie, circulaire materialen, collectieve mobiliteit, duurzaam dieet, etcetera: kan allemaal nog goedkoper, makkelijker, lekkerder en beter werkend maar grosso modo kunnen we alle basisbehoeften en meer prima bedienen.
  • het ombouwen en uitfaseren: de grote opgave. Dit begint met het aanpakken van allerlei zaken die we ook allang kennen als contraproductief zoals alle subsidies en belastingvrijstellingen voor fossiele mobiliteit en energie (auto, vlieg- en scheepvaart en grote energiegebruikers). Ook beleid gericht op verbeteren van bestaande industrie moet zo snel mogelijk stoppen: bio-industrie, afvalverbranding, fossiele chemie, fossiele energie, nieuwbouw… Op consumentenniveau gaat het dan om het tegen 2020 verbieden van verkoop van fossiele auto’s, gasketels en -fornuizen, het tienvoudig verhogen van belasting op vlees, fossiele producten, vliegreizen, enzovoorts.

En, de belangrijkste boodschap hier: we moeten af van vrijblijvendheid en leuke projecten en direct sturen op wat we niet meer willen of vol kunnen houden. Dat is enorm politiek en lijkt onrealistisch, maar hier is op langere termijn volgens mij niet onderuit te komen. Hoe langer we wachten, hoe disruptiever de transities zullen zijn. Terwijl de voordelen legio zijn: meer bewegingsruimte, gezondheid, democratisering van energie, einde aan dierleed, schone lucht en ga zo maar door. Geen politicus die het zegt, maar vroeg of laat zal de economie moeten stabiliseren; er is genoeg maar we moeten het eerlijker verdelen en er veel meer waarde aan hechten.

Als we ons gaan richten op kwaliteit (van leven en van producten of diensten) en van daaruit onze economie en samenleving opnieuw inrichten, kan dat een grote sprong voorwaarts betekenen – maar dat vraagt wel een stuk minder vrijblijvendheid en een daadwerkelijke keuze voor klimaatbeleid.

 


Date
September 5, 2017