opinion

Ruimte voor transitie van landbouw naar voedsel

In aanloop naar het AgriFood & Tech event van NRC Live schreven PJ Beers, Rick Bosman en Derk Loorbach dit opiniestuk met drie voorstellen om het huidige landbouwregime open te breken en de vernieuwing aan de consumptiekant te versnellen, en deze twee bewegingen te verbinden.

Dit stuk verscheen eerder op NRC Live.

Dat we voor grote uitdagingen staan met onze landbouw is zo langzamerhand iedereen wel duidelijk. Op 3 april jongstleden bijvoorbeeld memoreerde de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur nog eens dat de huidige grootte van de veestapel op gespannen voet staat met de doelen van het klimaatakkoord van Parijs.

WUR publiceert op allerlei plaatsen over de uitdagingen om straks 10 miljard mensen te voeden. Andere vraagstukken gaan over voedselverspilling, voeding en leefstijlziekten / zorgkosten, dierenwelzijn, bestrijdingsmiddelen en bijensterfte, de lijst lijkt schier oneindig.

Antwoorden van voedselvernieuwers
Zo veel uitdagingen in het systeem, zo veel antwoorden van voedselvernieuwers. De gebroeders Duijvestijn, die de warmte voor hun kassen niet meer uit het gasnet betrekken maar uit de diepte. Kipster, een klimaatneutrale leghennenhouderij. De Herenboeren, een coöperatie van boeren en burgers die de korte keten in de praktijk brengen en de band tussen boer en burger helemaal herstelt. En de transitie geldt niet alleen de landbouw (primaire productie), maar ook de industrie (verwerking) en, uiteindelijk, hoe en wat wij eten.

De Green Protein Alliance (GPA) – een verbond dat ijvert voor eiwittransitie met zowel gevestigde partners zoals Albert Heijn en Rabobank, als vernieuwers zoals Rotterzwam en The Dutch Weedburger – is daar een mooi voorbeeld van. De GPA maakt zich sterk voor een voedingspatroon waarin we een veel groter deel van onze eiwitten uit plantaardige producten halen.

“Ook partijen uit de gevestigde orde tonen zich steeds vaker bewust dat er een transitie nodig is”

En transitie is niet alleen een kwestie van vernieuwers. De partijen uit de gevestigde orde tonen zich steeds vaker bewust dat er een transitie nodig is. Waar banken vroeger ‘neutraal’ financiering leverden voor de beste combinatie van rendement en risico, daar wordt nu steeds meer sectorbeleid gevoerd, bijvoorbeeld onder het motto “banking for food.”

Wij hebben zelf een toekomstverkenning uitgevoerd met accountants, bankiers, boeren, beleidsmakers, boerenorganisaties, milieuorganisaties en docent-onderzoekers, met andere woorden, een doorsnede van de gevestigde orde. En zij onderschreven de noodzaak van transitie, en gingen met ons op zoek naar de toekomst.

De grenzen van “het systeem”
Maar waarom breekt de transitie vooralsnog niet door? Na jaren van innovatie lopen steeds meer vernieuwers tegen “het systeem” aan. We zien telers van tomaten, komkommers, paprika’s, die best van het gas af willen, maar die hun investeringen maar moeilijk kunnen terugverdienen zolang de grootverbruikers van gas per saldo minder energiebelasting betalen dan de niet-verbruikers.

We zien een provinciale overheid die weliswaar actief allerlei proeftuinen voor duurzame landbouw ondersteunt, maar tegelijkertijd haar eigen grondposities aan de hoogste bieder uit het gangbare systeem verleent. En een innovatiesysteem waarin een boegbeeld van een ‘topsector’ op twitter regelmatig de noodzaak van klimaatgericht handelen in de veehouderij lijkt te ondergraven.

“We zien een boegbeeld van een ‘topsector’ die op twitter regelmatig de noodzaak van klimaatgericht handelen in de veehouderij lijkt te ondergraven”

Als we voldoende vernieuwers hebben, en als ook steeds meer banken, overheden, boeren, en boerenorganisaties voorstander van transitie zijn, hoe kunnen we dan strategischer en systematischer aan die transitie gaan werken? Hoe komen we van innovatie naar transitie?

Voorstellen voor een transitie
Wij doen een drietal voorstellen om het huidige landbouwregime open te breken, de vernieuwing aan de consumptiekant te versnellen en deze twee bewegingen te verbinden.

Ten eerste: we moeten juist actiever de gevestigde orde bij de transitie gaan betrekken – de grote gangbare boeren, de banken, de verzekeraars. Want de nieuwe businessmodellen van de vernieuwers bieden evenzeer kans aan grote gangbare boeren en tuinders. En zij staan immers ook veel meer bloot aan de concurrentiedruk uit het buitenland dan de vernieuwers, die vaak juist kleinschalig produceren, met veel meerwaarde.

En ook voor banken en verzekeraars is transitie een kwestie van kansen. Waar de vernieuwers voorheen een schier onfinancierbaar risico vertegenwoordigden, daar fungeren ze vandaag steeds meer als verbreding van het portfolio van de bank, als risicospreiding, en wellicht, als grote kans voor de toekomst. Kortom, ruimte voor transitie betekent nieuwe combinaties maken van vernieuwers en gevestigde orde.

Ten tweede: laten we ons lerend opstellen, en niet meer alleen kijken naar het ondersteunen van vernieuwers. Dat moeten we wel blijven doen, maar dat alleen is onvoldoende. Het gaat niet alleen om nieuwe businessmodellen, maar ook om hoe de vernieuwende ondernemers hun weg vinden door een wirwar van regeltjes, door drie bestuurslagen, en door een keten die vooralsnog vooral op bulk gericht is, naar een geïnteresseerde consument.

Het is tijd om de vernieuwers te bundelen en te verbreden, en te kijken naar hoe we ook met beleid en wet- en regelgeving het landbouw- en voedselsysteem kunnen inzetten om vernieuwers te versterken. En ook – gericht sleutelen aan wat vandaag nog dominant is. Ruimte voor transitie betekent dus leren in de breedte, voorbij de grens van je directe invloed.

Ten derde: de rol van de overheid. We zijn de afgelopen pakweg 25 jaar getuige geweest van het effect van de terugtredende overheid. Het effect heeft verbazingwekkend veel overeenkomst met de gangbare landbouw: loei-efficiënt, maar weinig onderscheidend. In de eerste reacties op het advies van de Raad op de Leefomgeving en Infrastructuur toonde de politiek zich van haar ouderwetse kant: verantwoordelijkheid voor het klimaat bij de markt neerleggen, en wegduiken voor de eigen verantwoordelijkheid jegens de veehouder.

“Het effect van een terugtrekkende overheid heeft verbazingwekkend veel overeenkomst met de gangbare landbouw: loei-efficiënt, maar weinig onderscheidend”

Aan de andere kant, de overheid heeft jarenlang gepleit voor het zelf nemen van verantwoordelijkheid, en zie, de vernieuwers zijn opgestaan en hebben de markt betreden. Nu is het zaak voor de overheid om zelf ook actief mee te gaan doen.

Door te kijken waar achterhaalde wet- en regelgeving in de weg staat, en die actief weg te nemen. Door te helpen om de perverse effecten van het gangbare systeem te gaan beprijzen en zo marktfalen op het gebied van bijvoorbeeld klimaatverandering en volksgezondheid aan te pakken.

Dat vergt bewuster kiezen voor transitie en richting, vanuit de wens om iedereen een gezond dieet te bieden binnen ecologische en sociale grenzen. Dat vereist een combinatie van opbouw (van de kracht van vernieuwers), ombouw (van de negatieve aspecten van wat nog gangbaar is), en afbouw (van regels en structuren die in de weg zijn gaan staan).

Niet de sector in de put praten
De noodzaak van landbouw- en voedseltransitie zal alleen maar toenemen. Het aantal boeren in Nederland neemt al jaren af. We eten ons vooralsnog eerder ongezond dan gezond. We moeten omgaan met klimaatverandering en tegelijkertijd meer monden voeden. Maar dat is niet “de sector in de put praten”, maar laten zien waar de kansen voor transitie zitten.

Laten we elkaar opzoeken, als vernieuwers en als gevestigde orde, als ondernemers, boeren en als burgers, en laten we samen de ruimte pakken om transitie richting te geven en te versnellen. En overheid, hou op met aan de voorkant het tempo te beperken en de transitie te matigen. Ga liever aan de achterkant duwen en de pijn verzachten om zo bij te dragen aan de echte transitie. Die is immers onvermijdelijk, noodzakelijk en gewenst.


Date
May 5, 2018