blog

Derk Loorbach on the new Dutch government: stopgap or transition coalition?

 
As a result of the Dutch national elections, the country is now stuck in a political paradox. The electorate seems to want both radical change and not to rock the boat. In this opinion piece, Derk Loorbach dreams and yearns for the formation of a government coalition that has societal transitions as a starting point.
 
(article continues in Dutch)
 
Terwijl de nieuwe stemmen in de nationale politiek zich alweer schor schreeuwen, gaan de gevestigde partijen aan tafel om vermoedelijk een vrij klassieke coalitie te vormen. Maar die door velen gewenste stabiliteit staat al bij voorbaat onder druk: parlementaire enquêtes, de stikstofcrisis, de klimaatopgave, de economische klap na corona, de vluchtelingencrisis en ga zo maar door: stabiel regeren de komende vier jaar is een illusie. Dat betekent bij voorbaat dat de marge, de radicalere stemmen, de volgende verkiezingen echt door kunnen breken. De vraag is alleen welke.
 
De coronacrisis heeft pijnlijk blootgelegd hoe Nederland de afgelopen decennia gaandeweg is vastgelopen in een economische ontwikkelingsmodel dat hardnekkige problemen veroorzaakt.
 

  • Zo zijn er een miljoen Nederlanders in financiële problemen, een aantal dat volgens het SCP met ongewijzigd beleid oploopt richting de twee miljoen.
  • De jeugdzorg en welzijn zijn mede door de decentralisaties verworden tot complexe bureaucratische industrieën waar niemand meer de uitweg in kan vinden.
  • In veel wijken stapelt bij huishoudens de problematiek op: schulden, ongezondheid, onbetaalbare woningen, stress en eenzaamheid. De culturele sector ligt op apegapen na tien jaar bezuinigen en marktdenken.
  • De immer uit de hand lopende kosten van de zorg blijven voortduren bij gebrek aan politieke visie en ingrijpen in het verdienmodel van specialisten en zorgverleners dat oneindige groei van diagnoses en behandelingen aanjaagt.

 
Ook ecologisch is het beeld niet rooskleurig. Klimaatdoelen worden al dan niet gehaald: het is vooral door corona en efficiencywinst, niet door een samenhangend veranderplan. De al decennia aanwezige stikstofcrisis wordt eveneens voor ons uitgeschoven door maximale ruimte binnen het bestaande te zoeken: iets minder hard rijden en dan kunnen we weer een paar huizen bouwen. De ermee samenhangende afname van biodiversiteit wordt niet gekeerd: sterker nog, natuurherstel blijft voorlopig uit en er wordt eerder gezocht naar het opgeven van natuur om nog meer ruimte voor economie te maken.
 
Bij het ontbreken van plannen voorbij de huidige industrie en economie blijven we doorinvesteren in het vergroenen van het bestaande: ook met corona gaan er weer miljarden naar fossiele sectoren.
 
Natuurlijk zijn we een gaaf land met enorme welvaart en een goed functionerende rechtstaat en economie. Maar het bovenstaande is ook waar: we blijken keer op keer niet in staat om vanuit de politiek en beleid, of vanuit de markt, tot echte sprongen voorwaarts te komen. We polderen en modderen vooruit, zoekend naar kleine en beheersbare verbeterstapjes die ons terugkijkend vooral verder op een dwaalspoor zetten.
 
Veel van de maatschappelijke onvrede van zowel de voor- als tegenstanders van grote veranderingen, komt hieruit voort. Aan de ene kant gesymboliseerd door de boeren die vastzitten in financiële systemen, productieprocessen, voedselindustrie en een verleden van maatschappelijk roep om meer, meer, meer. Aan de andere kant gesymboliseerd door de klimaatjongere die voor haar toekomst vreest.
 

Hoe zouden beide werelden verenigd kunnen worden? Hoe kunnen we uit het huidige spoor komen en degene meenemen die verandering vreest maar tegelijk worstelt met inkomen, gezondheid, baanzekerheid, toekomstperspectief? Hoe kunnen radicale veranderaars uit hun eigen gelijk komen en de alternatieven die er zijn ook voor iedereen helpen maken?

Dat vraagt een verbindingsstrategie, een transitiebeweging, die niet vertrekt vanuit beleid of markt, maar vanuit de samenleving. Die publieke waarden en een gezonde samenleving met brede welvaart als vertrekpunt neemt. Die de maatschappelijke vernieuwing die overal gaande is als basis gebruikt om te werken aan het opbouwen van nieuwe economische structuren, het ombouwen en aanpassen van bestaande regels en instituties, het met elkaar uitfaseren van alles wat niet werkt.
 
Zo kan ingezet worden op de mogelijke transities in energie, bouw, voedsel, mobiliteit en zorg opdat deze leiden tot een samenleving met structureel minder gebruik en bezit, meer toegang, lagere kosten, geen emissies, hogere gezondheid en meer bruto nationaal geluk.
 
Daar ligt nu de grote uitdaging voor de politiek: om de schijnbare paradox tussen voor- en tegenstanders van transities te verenigen. Dat betekent wel het accepteren van de eindigheid van het huidige ontwikkelingsmodel en de reële kans dat erop doorgaan tot grote maatschappelijke chaos en schade kan leiden. Maar het betekent ook te erkennen dat de antwoorden niet vanuit de politiek (hoeven te) komen.
 
Het is eigenlijk eenvoudig: dwars door de samenleving zijn overal bewegingen ingezet tot die gewenste transities. In elke sector zijn, vaak tegen de stroom in, nieuwe perspectieven aan het ontstaat die de bouwstenen voor een nieuw perspectief zijn. Vanuit al die hoeken kwamen de afgelopen maanden ook oproepen en aanbiedingen aan het nieuwe kabinet.
 
De gezamenlijke boodschap: hier ligt een stukje van het nieuwe perspectief. Zo creëren we nieuwe banen en ondernemerschap. Zo maken we steden groener en de landbouw duurzamer. Zo herstellen we biodiversiteit. Zo gaan we coöperatief energie, zorg en mobiliteit organiseren. Zo maken we toekomstbestendig onderwijs. Zo…
 
In de komende maanden zal een nieuwe coalitie zich moeten vormen. Die wordt gevoed met ambtelijke stukken en de verkiezingsprogramma’s. Dat zal gezien de context en lastig onderhandelingsproces worden met een compromis als uitkomst. Wat nu als de maatschappelijke transitieagendas het uitgangspunt zouden zijn?
 
Als een nieuwe coalitie alleen de leidende principes voor de lange termijn vastlegt: duurzaamheid, gezondheid, democratie, exclusiviteit, rechtvaardigheid. En dat vervolgens de overheid in gesprek met de samenleving haar verschillende rollen inzet om het proces van opbouw, ombouw en afbouw volgens die principes te begeleiden? Dan leidt tot een ontwerpend beleid: vanuit principes vooruit struikelen. Misschien juist nu de paradox op de onderhandeltafel ligt, is er ruimte voor moed en politieke vernieuwing. En wordt dit geen tussencoalitie richting verdere fragmentatie, maar een transitiekabinet dat de weg naar een duurzame en rechtvaardige toekomst voor iedereen met ons inzet.


Date
March 26, 2021