blog

Lokale, duurzame warmte: de nieuwe commons

Hoe brengen we de ‘commons’ in de praktijk in de warmtetransitie? Dat is de vraag waar de initiatiefnemers van Buurtwarmte zich mee bezighouden. Samen met anderen uit warmte-initiatieven, onderzoekers, gemeente- en rijksambtenaren hielden we, DRIFT en Buurtwarmte, een workshop om ons gezamenlijk over deze vraag te buigen. Sem Oxenaar schreef een korte samenvatting.
 
De workshop draaide om drie vragen (1) wat is de warmte-commons? (2) welke principes horen hierbij? En (3) hoe geven we de warmte-commons een plek in het ‘systeem’. De discussie werd gevoerd aan de hand van drie prikkelende presentaties.
 
Martijntje Smits, van het initiatief Warm in de Wijk in de Vruchtenbuurt (Den Haag) en het ‘Commons Lab Den Haag’ gaf een introductie op het concept van de commons en vertelde hoe zij hieraan werken in hun warmte initiatief.  Kirsten Notten, een van de initiatiefnemers van Buurtwarmte, presenteerde hun aanpak voor een wijkproces gericht op duurzame warmte en welke principes zij hierbij hanteren. Als afsluiter presenteerde Sybrand Frietema, betrokken bij Mienskips Energie en het initiatief Warm Heeg, het keurmerk van Mienskips Energie en hoe dit als voorbeeld kan dienen om duurzame warmte initiatieven te institutionaliseren.
 
Wat is de warmte-commons?
Martijntje Smits beet in haar presentatie de spits af voor deze discussie. Ze gaf een korte geschiedenis van de commons, van de traditionele meent tot aan hedendaagse burgerinitiatieven, en plaatste deze in verhouding tot de staat, markt, en het individu/huishouden als een ‘4e positie’ gericht op gemeenschapsgoed.
 
Daarna presenteerde ze het initiatief van de Vruchtenbuurt in Den Haag. Een wijk uit de jaren 30 met zo’n 4500 woningen, voornamelijk in particuliereigendom. In 2018 richtten zij een coöperatie op, en na een haalbaarheidsstudie is eind 2019 gestart met het verder uitwerken van een plan om 500 huizen te verwarmen met warmte uit oppervlaktewater. Het beheer van deze warmtebron, met het sociale proces er omheen, is hoe zij de ‘warmte-commons’ voor zich zien.
 
Uit de discussie kwamen verschillende aspecten van wat de warmte-commons inhoudt naar voren. De meest bondige definitie: een warmte-commons bestaat uit een warmtenet, een duurzame warmtebron, en een gemeenschap die deze bezit, beheert, en/of gebruikt.  Zeggenschap van bewoners en/of gebruikers kwam in de discussie naar voren als een van de belangrijkste onderdelen van de commons. Ook het vormen van een identiteit, een groepsgevoel of gemeenschap, hoort hierbij.
 
Welke principes horen hierbij?
Kirsten Notten van Buurtwarmte leidde deze discussie in. Ze presenteerde de Buurtwarmte aanpak voor een buurtproces rondom duurzame warmte, waarom een eigen positie voor bewoners (naast de overheid en markt) belangrijk is, en wat leidende principes voor de warmte-commons kunnen zijn.
 
Veel verschillende spelregels, principes, en waardemodellen kwam die als leidende principes kunnen dienen voor het inrichten van de warmte-commons kwamen langs: van de “regels voor een succesvolle commons” van Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom en de principes van de International Cooperative Alliance (ICA) tot aan de ‘sustainable development goals’ en het analysemodel van Prof. Tine de Moor van de Universiteit Utrecht voor dynamiek en veerkracht van collectieven.
 
Gemene deler tussen al deze verschillende invalshoeken is dat ze allen raken aan vraagstukken als inclusiviteit (wie mag er mee doen), bestuur (wie mag er beslissen), en wat zijn de maatschappelijke doelen. Uit de discussie kwamen verschillende, maar ook veel overlappende, leidende principes voor de warmte-commons naar voren. De meesten waren het eens over basisprincipes als democratie/zeggenschap, een organisatie gericht op algemeen nut (sociaal, milieu, etc.), en met een transparante organisatie.
 
Hoe kunnen we de warmte-commons een plek geven?
Als afsluiter presenteerde Sybrand Frietema de werkwijze van stichting Mienskips energie, een keurmerk van, en voor, lokale energiegemeenschappen.  Mienskip is Fries voor gemeenschap of commons. De stichting werkt met drie principes: (1) gebruik van lokale duurzame bronnen, (2) waarover de ‘mienskip’ beslist, (3) en wordt gebruikt door de gemeenschap en waarvan zij profiteert.
 
Na oprichting van de stichting in 2017 volgde in 2018 het eerste zonnepark met dit keurmerk. Het keurmerk waarborgt, en communiceert, dat initiatieven zich aan de opgestelde principes houden. Dit geeft, bijvoorbeeld, overheden zekerheid dat wanneer ze samenwerken met een initiatief dit ook echt een lokaal energie initiatief is.
 
Een keurmerk zoals Mienskips Energie zou ook voor warmte initiatieven nuttig kunnen zijn. Het is een inspirerend voorbeeld van hoe de commons geïnstitutionaliseerd – vastgelegd in regels/structuren- kan worden en zo een betere positie kan krijgen binnen de bestaande en nieuwe structuren van het warmtesysteem.
 
Verder bouwen aan de warmte-commons
Met beter inzicht in wat de warmte-commons nu precies is, en welke leidende principes gebruikt kunnen worden in het organiseren hiervan, zijn we uit gekomen op wat we – overheden, warmte initiatieven, onderzoekers, etc. – nu al kunnen doen om de warmte-commons te helpen realiseren:

  • Samenwerking tussen warmte initiatieven en gemeentes en overheid, bijvoorbeeld in een ‘community of practice’
  • Initiatieven bouwen meer kennis op over hoe het ‘beleidssysteem’ werkt en opereren professioneel.
  • Initiatieven en overheden presenteren goede voorbeelden van de warmte-commons.
  • Gezamenlijk nieuwe juridische vormen ontwikkelen.
  • Werken aan institutionalisering, bijvoorbeeld door een keurmerk zoals Mienskips Energie

 
Deze blog en deze workshop zijn gemaakt en georganiseerd als onderdeel van PROSEU (PROSumers for the Energy Union: Mainstreaming active participation of citizens in the energy transition) project. PROSEU wordt gefinancierd via het Horizon 2020 programma (call LCE-31-2016-2017; Grant Agreement 764056).


Date
april 2, 2020