interview

“Waarom zo lomp energie weggooien?” In gesprek over de warmtetransitie met Herman Eijdems

 
Waar de energie- en warmtetransitie zich vaak concentreert rond afzonderlijke eenheden – één gebouw, één huishouden, één warmtenet, één warmtepomp – denkt Herman Eijdems groter. Hoe kunnen verschillende sectoren en componenten optimaal samenwerken? Daar valt veel te winnen. Als Directeur Innovatie en Strategie bij Mijnwater Energy B.V. sloot hij zich aan bij ‘COIL – Samen Leren voor de Warmtetransitie’ om met andere innovatoren samen te werken aan een doorbraak voor o.a. 5e generatie warmte-koudenetwerken: lokaal, modulair, en grotere schaal dan die afzonderlijke eenheden. DRIFT sprak met hem over zijn verleden en onze toekomst, over vegetarische kinderen en lompe warmteverspilling.
 
Om te beginnen, voor de mensen die je minder goed kennen: Hoe ben je in het domein van de energie en warmtetransitie gerold?
 
“Ik ben al mijn hele werkende leven bezig met energiebesparing. Van oorsprong ben ik bouwfysicus, afgestudeerd op energiegebruik. Ik werk nu zo’n 35 jaar aan projecten in de gebouwde omgeving. Begin jaren negentig waren dat al nulopdemeterwoningen. Dat gebeurde voor het Internationaal Energie Agentschap. Later als raadgevend ingenieur en als unitleider bij de Rijksgebouwendienst.”
 
En hoe kwam je toen bij Mijnwater terecht?
“Twintig jaar geleden kwam ik een bevlogen projectontwikkelaar tegen, iemand die er niet alleen over sprak, maar het ook deed. Dat was Louis Hiddes, later directeur van Mijnwater. Nadat ik in 2011 voor mijzelf was begonnen, benaderde hij me opnieuw. Voor ik het wist zat ik vol met opdrachten voor Mijnwater, dus toen was ik weer zelfstandige af.” (lacht)
 
Is er in die ruim 30 jaar veel veranderd op het gebied van de energietransitie, vind je?
“Ja en nee. In 1987 begon ik met een opdracht voor Solar Low-Energy Buildings. Toen was de uitdaging om het gasverbruik voor verwarming van een woning van 1500 kuub naar 500 kuub gas per jaar te verlagen. In een vervolgproject was het streven om naar nul kuub gas te gaan. Toen ging het vooral over steeds dikkere isolatielagen en veel glas op het zuiden. We experimenteerden met allerlei materialen, waarvan we toen hoopten dat die na loop van tijd betaalbaar via de bouwmarkt verkrijgbaar zouden zijn.
 
Deze projecten mislukten omdat de woningen veel te heet werden ‘s zomers. Er was behoefte aan koeling. Toch gaat de discussie ook nu nog vaak over vergaande isolatie en is een toekomst zonder gas een noodzakelijk doel geworden. Er worden veel ambities geformuleerd; de ene gemeente wil dit bereiken in 2040, de volgende al in 2035, enz. Het ontbreekt echter aan uitvoerbare en opschaalbare concepten, want alleen met isoleren en zoninstraling komen we er niet. Maar als je’s zomers de oververhitting kan wegkoelen en deze warmte hergebruiken in de winter, bijvoorbeeld via eenwarmte-koude-opslag, komen we dichter bij de oplossing van het probleem. Op grote schaal is dat niet simpel, maar als de energietransitie simpel was, hadden we het probleem 30 jaar geleden al opgelost.”
 
En wat is er wel veranderd?
“Ik kom in mijn werk veel meer herkenning tegen. Van de noodzaak iets te doen tegen de klimaatcrisis. En de erkenning dat die veranderende temperaturen zorgen voor andere eisen aan energie- en warmte in de gebouwde omgeving. Ook vanuit het Provinciebestuur Limburg merk ik dat nu. Het Mijnwater 5de generatie netwerk is speerpunt geworden in het beleid en wordt actief door de Provincie ondersteund.
 
En ik zie dat vooral bij jongere generaties, die vind ik heel bevlogen. Mijn zoon is bijvoorbeeld principieel vegetariër en het gaat dan niet per se om dierenleed, maar echt om het klimaat. De bereidheid om te veranderen is nu veel groter dan vroeger, maar kent ook grenzen. Als het gaat over dataservers voor internet of vliegverkeer, wordt de afweging veel lastiger. Des te belangrijker is het dat we onnodig verspilde energie voorkomen. In ons huidige (fossiele) systeem, zit nog veel verspilling. We zien dat hier met een circulair energienetwerk, zoals Mijnwater, 50 tot 70 % bespaard kan worden.
 
Dat geldt uiteraard alleen voor verwarmen en koelen van gebouwen. Daarnaast doet de filosofische vraag zich voor “als we zoveel tijd en aandacht steken in verduurzaming van onze energievoorziening en woningen, had de overheid dan niet ook bv. bitcoins aan banden moeten leggen (waarbij de servercapaciteit voor veel uitstoot zorgt, red.).”
 
Je maakt nu onderdeel uit van het project ‘COIL – samen leren voor de warmtetransitie’. Wat heeft het samenkomen met andere Nederlandse innovatoren en betrokkenen je gebracht?
“Het begin heb ik wel ervaring als een worsteling. Wat brengt ons bij elkaar? Wat willen we leren? Wat zijn goede oplossingen? Je ziet ook veel verschil in expertiseniveau, dus bij inhoudelijk technische discussies worden bij sommigen de ogen wat glazig. Maar de herkenning, dat je niet de enige bent die tegen bepaalde barrières aanloopt, is heel veel waard.
 
Zo’n groep met veel verschillende disciplines (wetenschappers, consumenten, ambtenaren, etc.), was relatief nieuw voor me. Het heeft ook als voordeel: hoe breder je de groep maakt, hoe meer nieuwe argumenten je tegenkomt. Door met anderen te praten over institutionele barrières, krijg ik een completer plaatje. Het liefst zou ik drie dagen met z’n allen in een hok zitten. En het helemaal uitwerken. Want je merkt, elke keer dat we elkaar spreken, komen we dichter bij elkaar. Er ontstaan geen verschillende kampen.”
 
En komt er voor jou iets uit aan concrete acties of handelingsperspectief?
“Ik wil echt aan de slag met het idee voor coalitievorming. Ik kan met het bedrijf waar ik werk de stoute schoenen aantrekken en roepen dat het anders moet. Maar de krachtenvelden en belangen zijn groot. Om daarop in te spelen is het nodig dat andere doelgroepen daarbij aanhaken. Je maakt zichtbaar dat het dan niet om een individueel, of eigen-, belang gaat, maar dat er breed maatschappelijk draagvlak is., Dan gaat het veel meer opleveren (zie ook deze oproep voor een brede coalitie voor 5e-generatie warmtenetten). We kunnen bijvoorbeeld samen een manifest schrijven en dat inbrengen in de kabinetsformatie.”
 
Laatste vraag: nog even terug naar die ronkende servers. Hebben de inspanningen binnen bv. COIL wel zin, als in andere sectoren het energieverbruik juist lijkt te stijgen?
“Om het transitievraagstuk op te lossen, zal elke sector bij moeten dragen. Daarnaast is voor elke grote transitie een gedragsverandering vereist. De gebouwde omgeving is wel bijzonder in de zin dat in bijna alle benodigde warmte kan worden voorzien door energie uit te wisselen en restwarmte te gebruiken. Als we bijvoorbeeld industrie en internet van hoogwaardige energie (moeten) blijven voorzien, krijgen we de warmte voor gebouwen eigenlijk cadeau. Daarvoor is het nodig dat we niet langer deze ‘afval’-stromen verspillen. Zeker als die grote serverparken duurzame energie verbruiken Waarom is het acceptabel dat we zo lomp overal energie weggooien, ook al is die duurzaam geproduceerd? Die warmte ‘vervuilt’ zelfs onze rivieren en de zee en steden raken oververhit. Warmte verspillen, die op andere momenten en plekken broodnodig is – dat moet in de toekomst echt anders.”


Date
augustus 10, 2021