Volg ons

publicatie

Publiek-collectieve samenwerking in Amsterdam

Datum 20 apr, 2026

Een samenwerking tussen gemeenten en burgercollectieven vraagt om een fundamenteel andere mindset dan de publiek-private samenwerkingen die overheden de afgelopen decennia hebben geoptimaliseerd. Dat beseft de gemeente Amsterdam zich ook. Samen met het programma AmsterDOEN heeft DRIFT daarom een leergemeenschap opgezet over hoe publiek-collectieve samenwerkingen goed vorm kunnen krijgen.

Samenwerken met burgercollectieven is belangrijk: mensen maken immers de stad, en collectieven ontstaan vaak juist op plekken waar overheid of markt onvoldoende aansluiten bij wat bewoners nodig hebben. Juist daarom is het essentieel om deze collectieven goed te ondersteunen. In de praktijk blijkt het echter lastig om deze relaties te formaliseren. De logica van een burgercollectief en die van de gemeente sluiten vaak slecht op elkaar aan, en wederzijds vertrouwen vraagt om actieve aandacht. 

Deze verkenning 

Op basis van gesprekken met ambtenaren binnen de gemeente Amsterdam en aanvullend deskresearch hebben we deze verkenning geschreven. Centraal staan twee vragen: waarom zouden collectieven en gemeenten met elkaar willen samenwerken, en wat vraagt dat van beide partijen? 

In deze fase hebben we er bewust voor gekozen om burgercollectieven zelf nog niet te betrekken. Er is al veel bekend over waar samenwerkingen met gemeenten vastlopen, en wat ons betreft ligt de eerste stap nu bij de gemeente. 

Wat maakt een goede samenwerking? 

Een goede samenwerking tussen een burgercollectief en een gemeente vertrekt volgens ons vanuit een gedeeld maatschappelijk doel. Daarbij ligt de nadruk op relatieopbouw, niet op risicomitigatie, en is de inzet die een samenwerking vraagt (zoals verantwoordings- en rapportage-eisen) proportioneel aan de draagkracht van het initiatief. 

Vanuit zowel het perspectief van de gemeente als dat van het burgercollectief hebben we verkend waarom samenwerking de moeite waard is, wat nodig is om die samenwerking goed op te zetten, en welke barrières zich in de huidige praktijk voordoen. 

Voor de gemeente kan samenwerking met een collectief waardevol zijn wanneer het initiatief een aanvulling vormt op bestaand beleid, of taken oppakt die de gemeente zelf moeilijk of minder effectief kan uitvoeren. Voor burgercollectieven kan samenwerking met de gemeente aantrekkelijk zijn vanwege toegang tot netwerken, middelen of juridische ondersteuning. 

Aan de kant van de gemeente vraagt dit onder andere om de juiste ambtenaar op de juiste plek: iemand met een open, verbindende houding en met een duidelijk mandaat. Ook een helder aanspreekpunt is cruciaal. Aan de kant van het collectief zijn een democratische organisatievorm en duidelijke afspraken over wie wel en niet deelneemt aan het initiatief belangrijk. 

Alle inzichten uit deze verkenning hebben we gebundeld in een publicatie, die je hier kunt downloaden. 

Naar een samenwerkingsovereenkomst 

In de gesprekken met ambtenaren van de gemeente Amsterdam kwam steeds dezelfde spanning terug: De wens om samen te werken met burgercollectieven is groot, en men is zich ervan bewust dat dit vrijwel altijd maatwerk vraagt. Burgercollectieven bewegen zich nu eenmaal vaak over meerdere gemeentelijke domeinen en doorbreken bestaande silo’s. Tegelijkertijd leeft de zorg dat zo’n maatwerkaanpak kan leiden tot willekeur of moeilijk uitlegbare keuzes over welke collectieven wel en geen samenwerkingskansen krijgen. 

Er bestaat daarom een duidelijke behoefte aan een kader of instrument dat helpt om deze samenwerkingen zorgvuldig en transparant vorm te geven. 

Als vervolg op deze verkenning zijn we aan de slag gegaan met het vertalen van onze principes voor een gezonde samenwerking naar een modulair model voor een samenwerkingsovereenkomst. In dit model staan het gedeelde maatschappelijke doel en het bouwen aan de onderlinge relatie centraal. De verschillende modules maken maatwerk mogelijk, afhankelijk van de mate van institutionalisering van het burgercollectief en de behoeften van de samenwerking. 

De overeenkomst wordt samengesteld met ondersteuning van een derde: een partnership broker, relatiefluisteraar of samenwerkingsmakelaar (heb jij een betere naam? Laat het ons weten via een mailtje). Deze persoon speelt een actieve rol in het bouwen en onderhouden van de relatie tussen gemeente en collectief. 

Aan de hand van een aantal casussen waarin de gemeente en burgercollectieven een samenwerking aangaan, wordt dit model in de praktijk getest, aangescherpt en doorontwikkeld.

Privacyoverzicht

Deze website maakt gebruik van cookies zodat we u de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in uw browser en voert functies uit zoals u herkennen wanneer u terugkeert naar onze website en ons team helpen te begrijpen welke delen van de website u het meest interessant en nuttig vindt.